|
Op 25 april 2005 is officieel de Stichting Raad voor de Koude opgericht. Reeds lange tijd blijkt er een behoefte te zijn aan een onafhankelijke, deskundige benadering van de vraagstukken van de koudewereld in Nederland in al zijn geledingen, in samenhang met de wetgever en de maatschappelijke ontwikkeling.
Regelgeving De koudesector is in de afgelopen jaren meer en meer het onderwerp van (aanvullende) regelge-ving. Aanvankelijk op het gebied van veiligheid (de toepassing van natuurlijke koudemiddelen die soms brandbaar en/of giftig kunnen zijn) en daarna eisten de milieuvraagstukken aandacht; de ozon- en later de broeikasgasproblematiek. Tenslotte kwam de geharmoniseerde Europese regeling voor ‘toestellen onder druk’. De koudesector dus te maken met regelgeving op het gebied van milieu, veiligheid, voedselveiligheid, energieverbruik en geluidshinder. De koudesector heeft ook te maken met wet- en regelgeving die onder verschillende ministeries vallen: de ministeries van VROM (regeling lekdichtheid, CFK- en HFK-regelgeving;) van SZW (Drukvatenbesluit, ook bekend als PED), Economische Zaken (energiebeleid) en verder nog VWS (Verkeer en Waterstaat) en LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Zij confronteren de koudetechniek voortdurend met regelgeving, beleidsvoornemens en handhavingactiviteiten.
Overweging De commissie die ingesteld was om de totstandkoming van de Raad voor de Koude te onderzoeken kwam tot de volgende overweging: “Het overleg met het bedrijfsleven is verkokerd en vindt steeds plaats in verschillende of ad hoc samengestelde groepen uit de sector. Het gevaar dreigt dat samenhang en coherentie ontbreken waardoor het moeilijk wordt een consistent beleid te voeren en zaken integraal af te wegen. De Raad voor de Koude die wordt voorgesteld zou vanuit de wensen en behoeften in de verschillende delen van de sector een objectieve en deskundige partner van de overheid en maatschappelijke organisaties kunnen zijn om het gewenste samenhangende beleid tot stand te brengen. Hiervoor dient de Raad te beschikken over de meest actuele kennis van de technologische ontwikkelingen, opinies en regelgeving.”
Onafhankelijke benadering Het is vaak niet transparant voor overheden, het bedrijfsleven en organisaties bij welke stichting, vereniging of instantie een onafhankelijk raadgevend advies kan worden gevraagd. Als voorbeeld wordt van STEK als Stichting met een uitvoerende taak, soms verwacht dat zij zich beleidsmatig actief opstellen op diverse brede gebieden van de koudetechniek. De overheid en het bedrijfsleven zullen de behoefte kennen aan een onafhankelijke beleidsondersteuning. Juist het feit dat er verschillende organisaties zijn met eigen doelstellingen en achterbannen accentueert dat een onafhankelijke Raad op zijn plaats is. Het begrip koudeketen geeft als voorbeeld aan dat zowel de techniek de toe te passen koudemiddelen, maar ook de toepassing van koude en de energie onderwerpen zijn die in de Raad aan de orde kunnen komen. Deze overwegingen hebben geleid tot de vorming van de Raad voor de Koude. De Raad voor de Koude heeft ten doel “…als onafhankelijk adviesorgaan op een breed terrein maatschappelijke organisaties en de overheid in al haar geledingen, gevraagd en ongevraagd, te voorzien van adviezen en strategische visies betreffende de koudeketen.” De Raad kijkt ook naar zaken die van buiten de grenzen de Nederlandse koudesector beïnvloeden, vooral het Europese communautaire beleid. De rol van de Raad omvat echter meer. De Raad richt zich op met betrekking tot koelsystemen en luchtbehandelingssystemen niet alleen tot de overheid, maar ook tot de geledingen in de maatschappij die gebruik maken van de diensten van de koeltechnische bedrijven en van de leveranciers op het gebied van de luchtbehandeling. Omdat de Raad een initiatief is vanuit de sector koudetechniek kan zij als zodanig zelf haar verhoudingen tot de diverse gesprekpartners bepalen. De koudesector is in het algemeen gesproken goed georganiseerd vanuit de verschillende belangengroepen. Bovendien zijn er enkele gespecialiseerde instituten in het vakgebied actief. De Raad streeft ernaar gebruik te maken van de input van de belangengroeperingen en instituten om tot gefundeerde aanbevelingen te komen. De raad wil een actieve rol vervullen en beseft dat zij zich ook voor het bedrijfsleven moet bewijzen.
Voorzitter Hoewel de Raad voor de Koude een initiatief is van diverse verenigingen en instituten krijgt het als Stichting een geheel onafhankelijke status. Het huidige bestuur van de stichting wordt gevormd door zeven leden, inclusief de voorzitter, Ir. A. M. G. Pennartz. Voorzitter Fons Pennartz zegt over de Raad: “De doelstelling moeten wij in een breed verband zien. Het is niet alleen een kwestie van overleg met diverse instanties. Wij zoeken die verbreding in de gehele koudeketen. Er zijn vele instellingen die een deel daarvan behartigen. Een totaaloverzicht ontbreekt tot nu toe en naar het zich laat aanzien krijgt niet elk onderdeel van de koudeketen de aandacht die het verdient. Zo is het na het overlijden van Ing. Hanns Meffert († 19 juli 2003, red.) met de aandacht voor het geconditioneerde transport in ons land maar matig gesteld. En dat terwijl de Europese regelgeving zich ook hierin steeds nadrukkelijker manifesteert. Ik ben er van overtuigd dat de Raad voor de Koude daarin een nuttige rol kan vervullen.
De Raad voor de Koude moet een bredere basis vormen dan de diverse verenigingen en instanties nu hebben. Dat is geen kritiek maar het noemen van een verschijnsel. Zowel de FKL als de NVKL zijn voornamelijk actief voor de bedrijven. Dat is logisch want een vereniging als de NVKL is primair gericht op de belangen van haar leden en die leden rekenen daar ook op. In voorkomende gevallen kan de Raad voor de Koude dan een goede gesprekpartner zijn, omdat de Raad streeft naar een zo breed mogelijk basis. We willen gesprekpartner zijn voor de aanbieders én de vragers van koude. Voor de beleidsvormers, de overheid en de wetenschap en dan denk ik bijvoorbeeld aan de voedselketen. Er is daarbij een grote behoefte aan coherentie in de gehele koudeketen en die ontbreekt nu.” Over de toekomst: “Belanghebbenden weten dat de overheid onverwacht moeilijk doet rond de CPR13-II, de regelgeving voor de ammoniakkoelinstallaties. Wij gaan de betrokken partijen die al een lange geschiedenis rond die CPR13-II hebben nu niet voor de voeten lopen maar willen er graag een bijdrage ten goede aan leveren. We gaan de koudeketen in Nederland zo spoedig mogelijk in kaart brengen. Tot nu toe zijn daar al heel veel partijen mee bezig maar je mag je afvragen of dat allemaal wel zo handig is. Naast de koudeketen krijgt ook de groeiende airconditioning – zeg maar de comfortkoeling – onze aandacht. We willen graag weten welke partijen en welke belangengroeperingen in die sector actief zijn. Wat zijn hun taken en wat is het doel? ” De voorzitter besluit: “De Raad voor de Koude is nog jong. Daarom zal de Raad regelmatig haar functioneren moeten evalueren. Ik heb samen met mijn bestuursleden veel vertrouwen in de toekomst van de Raad.” |
|